

Alles over mossen
In het kort
Mossen zijn primitieve sporenplanten die eerder in de evolutie zijn ontstaan dan varens en paardenstaarten. Hiervan komen zo’n 700 soorten in Nederland voor. Mossen komen zowel in natte als droge milieus voor en kunnen het hele jaar door bestudeerd worden.
Wat de BLWG doet
Het onderzoek aan mossen heeft al een lange geschiedenis. Zo spelen mossen in de vegetatiekunde een belangrijke rol naast hogere planten. Verder doen tientallen leden van de BLWG verspreidingsonderzoek en monitoring door het inventariseren van kilometerhokken. De gegevens worden in een centrale databank opgeslagen.
Behalve met verspreidingsonderzoek houden enkele bryologen zich ook professioneel of als hobby bezig met ecologie en taxonomie van Nederlandse, maar ook tropische mossen en vegetatiekundig onderzoek.
Inhoudsopgave
Wat is een mos?
Mossen zijn, net als Paardestaarten, Varens, Schimmels (= Paddestoelen) en Algen Sporenplanten. Dat betekent dat ze zich verspreiden via sporen; dit als onderscheid met zaadplanten. Het belangrijkste onderscheid tussen zaden en sporen kun je niet zien: in een spore zijn alle chromosomen (de dragers van de erfelijke informatie)in enkelvoud aanwezig, in een zaad zijn ze in dubbelvoud aanwezig (net als in de lichaamscellen van mensen en de dieren om ons heen). In een zaad is al een, zeer klein, compleet plantje te vinden, in een spore is dat niet het geval.
Mossen onderscheiden zich van andere sporeplanten door hun levenscyclus: uit een spore groeit een voorkiem (protonema) waaruit een mosplantje (de gametofyt) groeit. Uit de gametofyt kan vervolgens een sporenkapsel (sporofyt) groeien. Uit het sporenkapsel komen de sporen.
Afgezien van de geslachtelijke voortplanting via sporen zoals hierboven is afgebeeld kennen mossen nog een trucje om zich te vermenigvuldigen: via broedkorrels (vgl. stekjes).
Korstmossen worden soms tot de mossen gerekend. Ten onrechte, want korstmossen zijn een samenleving (symbiose) van een alg en een schimmel. Schimmels hebben een heel andere levenscyclus (en geen bladgroen) dan mossen. Paardestaarten en Varens onderscheiden zich van mossen doordat ze wortels en een vaatsysteem hebben voor watertransport.
Voor een korte introductie naar mossen, zie deze link.
(Tekst: Rudi Zielman)
Bouw
Globaal zijn er drie drie groepen die we mossen noemen: hauwmossen, levermossen en bladmossen. Hauwmossen leven als een plakkaat (thallus), net zoals bepaalde levermossen zoals het algemene parapluutjesmos. Andere levermossen vormen vormen blaadjes in twee rijen langs een steel. Bladmossen maken bebladerde stengels, liggen of staan rechtop en vormen andere sporenkapsels dan hauw- en levermossen. Bladmossen hebben de volgende groeiwijzen:
- Slaapmossen: bladmossen waarvan de stengels plat over het substraat liggen. Veel stengels bij elkaar vormen daardoor kleine zoden.
- Topkapselmossen: rechtopstaande bladmossen waarvan het sporenkapsel bovenop het mosplantje ontspringt.
Mossen kunnen verschillende onderdelen vormen zoals:
- Sporenkapsel/sporofyt: het voortplantingsorgaan van mossen. Op een steel (seta) worden sporen gevormd binnen een kapsel dat vaak is afgedekt met een beschermend huikje (calyptra). Sporen komen vrij via een opening, al of niet met peristoomtanden die de opening afsluiten bij nat weer.
- Rhizoïden: wortelachtige orgaantjes waarmee mossen zich veranken aan het substraat. Ze dienen vooral ter verankering en niet voor de vochtvoorziening zoals bij vaatplanten.
- Antheridiën en archegoniën: de mannelijke en vrouwelijke delen van mossen. Zaadcellen zwemmen via water vanuit antheridiën naar vrouwelijke archegoniën, deze hebben de vorm van kleine urntjes waarbinnen zich een eicel bevind. Deze kan na bevruchting een sporenkapsel vormen.
- Vegetatieve voortplantingsorganen: mossen zich klonaal verspreiden met afstootbare orgaantjes die in de vorm komen van broedkorrels (gemmen), afbreekbare takjes (broedblaadjes) of broedknolletjes langs de stengel of wortels.




Mossen leren herkennen in 3 stappen
1. Mossen leren herkennen? Ga een keertje mee!
Wie wil beginnen met het leren kennen van de verschillende soorten mossen, kan het beste een keer mee met een excursie van de BLWG, of deelnemen aan een mossencursus bij een KNNV- of IVN-afdeling. Deze activiteiten staan in onze activiteitenagenda. Bij 20 regionale mossenwerkgroepen worden vaak maandelijks activiteiten georganiseerd. Bekijk mossen met een 10x vergrotende triplet-inslagloep. Zo’n loep koop je bij een webshop of bij de betere opticien.
2. Een goed boek
Ben je in de greep de schoonheid van deze groene miniplantjes? Schaf dan een goed boek aan. De Basisgids Mossen bevat foto’s en korte beschrijvingen van alle mossoorten die in Nederland en België voorkomen georderd naar biotoop. Met de Beknopte Mosflora kunnen mossen gedetermineerd worden. De basisgids is te koop bij de KNNV Uitgeverij, de Mosflora wordt af en toe tweedehands aangeboden.
3. Aan de slag met de microscoop en binoculair
Wat je onder de binoculair (4-40 x vergroting) en de microscoop (40-1000 x) kunt zien, staat beschreven in een artikel over mossen in MicScape Magazine over Muurmos (Tortula muralis). Microscopen en binoculairs zijn te koop bij o.a. Euromex, Microscoop-Expert, Zeiss en ABRO.
Mossen zoeken, determineren en samen met de BLWG helpen de mossen van Nederland in kaart te brengen is meer dan een leuke hobby voor de wintermaanden: mossen zijn er het hele jaar door.
Film over de systematiek, voortplanting en diversiteit van mossen:
Standaardlijst Mossen
Standaardlijst
Voor de standaardisering in het gebruik van namen voor de in Nederland te vinden mossen wordt er door de taxonomiecommissie van de BLWG een officiële standaardlijst bijgehouden. Op deze lijst staan voor elke in het veld gevonden soort de te gebruiken wetenschappelijke naam met juiste auteursafkorting en de Nederlandstalige naam. Verder staan er hierop een nummercode en een 8-letterige code voor gebruik in geautomatiseerde gegevensbestanden. De naamgeving in de Standaardlijst met Rode Lijst-status komt overeen met die in de ‘Beknopte mosflora van Nederland en België‘.
Oude namen en codes
Voor het goed omgaan met oude gegevens bij gewijzigde taxonomische opvattingen is er ook een lijst met oude namen en codes. Dit is vooral van belang voor geautomatiseerde gegevensbestanden, bijvoorbeeld als er nu twee soorten worden onderscheiden waar die vroeger als één soort werden beschouwd. Nummercodes wijzigen dan niet, maar de betekenis van de code wijzigt wel.
Synoniemen
In het verleden werden voor soorten vaak andere namen gebruikt. Soms worden in het buitenland ook andere namen gebruikt. Om deze namen (synoniemen) te kunnen vertalen naar de in Nederland thans gehanteerde naamgeving is er ook een lijst met synoniemen.
Legenda bij de lijsten:
- 4-cijferige, unieke code (CBS)
- Hoofdgroep:
- 1: Bladmossen (incl. Veenmossen)
- 2: Levermossen
- 3: Hauwmossen
- Wetenschappelijke naam
- Toelichting over hoe de naam gebruikt is (sensu stricto of sensu lato) in die gevallen dat het taxon in het recente verleden anders is omgrenst in ons land of nu nog steeds in de ons omringende landen.
- Niveau waarop het taxon wordt onderscheiden:
- 1: geslacht
- 3: soort
- 4: variëteit
- Auteurscitaat van de naamgevers van de wetenschappelijke naam
- Nederlandse naam
- Afk: 8-letterige, unieke code (IAWM en Databank Mossen)
Gegevens invoeren
Voor het inventariseren van kilometerblokken is de papieren streeplijst (Word, versie december 2005) en een electronische streeplijst (Excel) gebaseerd op de standaardlijst beschikbaar. Voor het gebruik van de electronische streeplijst hebt u ook de papieren streeplijst of de Standaardlijst Mossen nodig. Lees voor het gebruik de handleiding op het eerste tabblad van het Excel-bestand.
Opgelet bij het invoeren van gegevens
Bij het invoeren van gegevens is het van groot belang te checken of de namen voor de taxa met de juiste omgrenzing zijn gebruikt. De onderstaande namen zijn in het verleden vaak in veel ruimere zin gebruikt dan thans (dus vroeger meerdere van de huidige soorten omvattend). Bij het invoeren en het gebruik is het dus van groot belang onderscheid te maken tussen het gebruik in enge zin (s.s. = sensu stricto) of in ruime zin (s.l. = sensu lato). Als één van de volgende namen in de ruime zin is gebruikt worden de gegevens onder een andere code opgeslagen (zie hiervoor de lijst met oude taxa): Campylopus fragilis, Hedwigia ciliata, Hypnum cupressiforme, Schistidium apocarpum, Schistidium rivulare, Scorpidium revolvens en Tortula truncata.
Toelichting op de lijst met oude taxa
In deze lijst zijn de in het verleden in Nederland regelmatig onderscheiden soorten en variëteiten opgenomen, die thans niet meer in de standaardlijst staan. Deze lijst is met name bedoeld voor databasebeheerders en dient om ook oude waarnemingen gemakkelijk te kunnen opnemen. De tabel heeft dezelfde opbouw als de digitale standaardlijst.
Bij de kolom met de code voor het niveau waarop het taxon wordt onderscheiden, staat een 2 als het een oud taxon betreft die recent is gesplitst in 2 of meer soorten. In dat geval wordt dus een verzameling van 2 of meer thans onderscheiden soorten weergegeven. In de kolom staat een 5 als het een vroegere soort of variëteit betreft dat in de Nederlandse standaardlijst vanwege te geringe of onduidelijke verschillen niet meer op het niveau van variëteit of hoger wordt onderscheiden, maar in de ons omringende landen vaak nog wel.
Mossen: determinatiehulp
Mosflora’s vergelijken
Omdat in de verschillende voor determineren gebruikte flora’s soms andere namen of andere opvattingen over het onderscheiden van soorten worden gehanteerd is er vergelijking tussen mossenflora’s uit verschillende landen gemaakt (gemaakt door Henk Siebel in 2005). In deze Excel-tabel staan alle Europese mossoorten vermeld en op welke pagina in flora’s of tijdschriften en volgens welke opvatting en naam zij staan beschreven. Dit is gedaan voor de recente mosflora’s uit Nederland, België, Duitsland, Groot Brittanië, Ierland, Noord-Europa en recente Engelstalige of Duitstalige flora’s die heel Europa beslaan. Verder staan de recente opvattingen uit standaardlijsten van een aantal andere West-Europese landen vermeld. Indien een beknopter overzicht gewenst is kan een selectie gemaakt worden op deelgebied of kunnen bepaalde flora’s of standaardlijsten weggelaten worden. Verder is sortering mogelijk op alfabetische volgorde of op recente taxonomische indeling. Zo kan gemakkelijk een op eigen gebruik toegesneden overzicht gemaakt worden. In de online verspreidingsatlas staan bij literatuur ook de paginanummers in diverse flora’s vermeld.
Literatuuroverzicht
Literatuur over determinatiekenmerken, ecologie en verspreiding staan per soort en geslacht in de NDFF Verspreidingsatlas Mossen en in het volledige literatuuroverzicht.
Komt u er nog niet uit, roep dan de hulp van een mossenconsulent in!
Vragen
Waarnemershandleiding
De BLWG heeft een inventarisatiehandleiding waarin alle informatie staat die u nodig heeft om waarnemingen door te geven aan de BLWG, een eigen collectie op te bouwen en determinaties te laten controleren.
Controles van waarnemingen van zeer zeldzame soorten mossen
Waarnemingen van bijzondere soorten worden altijd gecontroleerd. Zie hiervoor de pagina Controle van mossenwaarnemingen.
Determinatiehulp voor mossen waarnemers
Een aantal specialisten op het gebied van mossen en korstmossen is bereid om verzameld materiaal te controleren of vragen over een specifieke soort te beantwoorden. Wilt u gedroogd materiaal opsturen, dan kunt u het beste vooraf even contact opnemen met de betreffende persoon. Steeds vaker ontvangen wij digitale foto’s: deze kunt u het beste op uw eigen website of op MosForum of Waarneming.nl zetten, om zo het e-mailverkeer te ontlasten. Bovendien kunnen anderen dan ook weer van uw vondsten leren.
Mossen en korstmossen verzamelen
Lees ook de volgende belangrijke informatie wanneer u mossen en/of korstmossen wilt gaan verzamelen: mossen en korstmossen verzamelen en bewaren.
Literatuur over het determineren van mossen
Op de NDFF Verspreidingsatlas is ook een overzicht van literatuur beschikbaar voor het determineren van mossen.
Zakelijke klanten: bent u op zoek naar een mossendeskundige?
De BLWG heeft contacten met diverse freelancers die in opdracht mossen en korstmossen determineren. Afhankelijk van de hoeveelheid materiaal, oorsprong, verpakkingswijze en levertijd zoeken we de juiste specialist erbij. De BLWG voegt determinaties voor klanten altijd toe aan de eigen databank. Informatie: Laurens Sparrius.
Verder…
Voor wie verder wil gaan met het bestuderen van mossen is een herbarium onmisbaar. Korstmossen kunnen zonder problemen gedroogd worden bewaard, het beste gaat dat in papieren envelopjes. Veel onopvallende soorten kunnen alleen thuis onder de microscoop met zekerheid op naam worden gebracht.
Zelf mossen vastleggen? Zie onze fotografiepagina met 100 tips voor (korst)mosfotofrafie
Areaalligging van mossen
Arealen
Informatie over het areaal van mossoorten helpt bij het begrijpen van hun ecologie en de veranderingen in de mosflora in relatie tot klimaatverandering. In het hierbij te downloaden bestand staan voor de in Nederland voorkomende mossoorten en variëteiten de arealen en areaaleigenschappen weergegeven om gemakkelijk te kunnen opzoeken en te gebruiken bij analysen. Een uitgebreide uitleg over de areaalinformatie is te vinden in: Siebel, H. & R.-J. Bijlsma. 2007. Europese verspreiding en status van Nederlandse mossen. Buxbaumiella 77: 22-48.
In de te downloaden tabel (Siebel, 1993) staan voor de Nederlandse mossoorten de areaalligging van de soorten, en ligging van Nederland ten opzichte van de areaalgrenzen.
Indicatiewaarden van mossen
Ecologische indicatie
Om de oorzaken van veranderingen in de mosflora of van ruimtelijke verspreidingspatronen op het spoor te komen, kunnen zogenaamde indicatiegetallen van mossen gebruikt worden. Deze getallen zijn een weergave van het optimum in voorkomen van soorten in bepaalde ecologische gradiënten, zoals bijvoorbeeld vocht of zuurgraad. Het voordeel van deze getallen is dat snel de indicaties van verzamelingen van soorten gemiddeld kunnen worden en met elkaar vergeleken kunnen worden. Zo kunnen mogelijke achterliggende ecologische oorzaken van verschillen in de mosflora worden opgespoord. De getallen zijn niet bedoeld om de ecologie van afzonderlijke soorten te kunnen bekijken, omdat ze een sterke versimpeling zijn, waarbij veel informatie verloren is.
In de te downloaden tabel met indicatiewaarden (Siebel, 1993) staan voor de Nederlandse mossoorten indicaties voor levensstrategie, biotoop, substraat, vocht, stralingsklimaat, zuurgraad, nutriëntenrijkdom, temperatuur en continentaliteit. Hiermee kunnen mogelijke achterliggende oorzaken van verschillen zoals biotoopvernietiging, verdroging, vegetatiestructuur, verzuring, vermesting en klimaatverandering worden opgespoord.
Handige links naar bronnen en websites over mossen
Algemeen
- Mossen (Wikipedia)
- Bryophyte Ecology: The Book (over de levenswijze van mossen, wetenschappelijk)
- Verbreitungsatlas der Moose Deutschlands
- Atlas van bedreigde mossen in Spanje
- Bildatlas der Moose Deutschlands
Organisaties
- International Association of Bryologists
- Nordic Bryological Society
- Lindbergia
- British Bryological Society
- Bryologische Arbeitsgemeinschaft für Mitteleuropa (BLAM)
- The Bryologist
- American Bryological and Lichenological Society
- Werkgroep voor Bryologie en Lichenologie (België)
- Atlas van Zwitserse Mossen
- Deense mossenwerkgroep Bryologkredsen
- European Committee for Conservation of Bryophytes
- Europese checklist en Rode Lijst van mossen 2020
- Checklist of the Bryophytes of Italy 2020
Mostuinieren
- Moss Grower’s Handbook (pdf)
Verspreidingsgegevens
- Mosatlas van Duitsland
- British Bryological Society (resources -> downloads)
- Natuurhistorisch Museum Oslo
Bryologen
- Nobert Stapper’s website met microscoopfoto’s
- Mossensite van Andrew Spink met foto’s en determinatiesleutels van Nederlandse soorten
- Begraafplaatsen in Nederland (download voor Google Earth)
Soorten
- Species Finder – British Bryological Society
- Grimmias of the World (Henk Greven †)
- Sphagnum (Eva M. Temsch)
- The Norwegian Sphagna: a color guide (klik op fulltext)