BLWG loep logo 

BLWG logo blauw

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Landelijk Meetnet Korstmossen

Sinds 1999 wordt in opdracht van de Gegevensautoriteit Natuur en het CBS door leden van de BLWG zeldzame korstmossen van de Rode Lijst gemonitord als onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

Methode
Bij gebrek aan standaardmethoden is een nieuwe methode ontworpen die zo goed mogelijk aan het gestelde doel voldoet. Het gaat dan om het nauwkeurig registreren van eventuele geringe veranderingen van soms onopvallende soorten. Hiertoe is een methode ontworpen met proefvlakken en een Tansley-achtige schaal die uitgaat van frequentie en bedekking van een soort binnen een proefvlak. Het meetnet beperkt zich tot milieus op grond, steen en rottend hout. De preciese keuze van de te monitoren proefvlakken is gemaakt op grond van een bekende aan- of afwezigheid van bepaalde Rode Lijst-soorten.

De dijk langs Polder Arkemheen bij Nijkerk waar veel bijzondere korstmossen voorkomen. foto: Laurens Sparrius

De IJsselmeerdijk tussen Spakenburg en Harderwijk. De voormalige Zuiderzeedijken zijn honderden jaren geleden met granietblokken bekleed. Hier komen nu ruim honderd soorten korstmossen voor. Sommige soorten zijn in ons land maar van één steen bekend.

Meetdoelen
(1) Het vaststellen van de landelijke trend van de meest kwetsbare grond- en steenbewonende korstmossen van de Rode Lijst in een aantal karakteristieke biotopen (hunebedden, kalkrotsen, zee- en rivierdijken, duinen). Getracht wordt om dit doel te bereiken door integrale tellingen van alle locaties waar deze soorten staan (integrale monitoring).

(2) Het vaststellen van de trend van alle terrestrische en dood hout RL-korstmossen van heiden en zandverstuivingen. Dit betreft een steekproef van alle relevante groeiplaatsen, waarvan op dit moment bekend is dat deze soorten daar voorkomen (steekproefsgewijze monitoring).

Resultaten
In de periode 1999-2004 zijn ruim 150 proefvlakken uitgezet waarmee de zeldzaamste korstmossen van Nederland worden gemonitord. De helft van de proefvlakken ligt in stuifzandgebieden. Vanaf 2004 worden deze proefvlakken steeds elke vijf jaar opnieuw bezocht om de veranderingen te onderzoeken. Resultaten worden gepubliceerd in de BLWG-rapporten.

Zie ook de poster die over dit project is gepresenteerd tijdens de Lichen Monitoring Workshop in Pembroke, Wales (2000).


 
Waarnemingen doorgeven

Telmee logo
 
 
    Contact | Vacatures | Login | © BLWG