Korstmossen en ammoniak
Epifytische korstmossen hebben vooral bekendheid gekregen door hun
gevoeligheid voor zwaveldioxide. Zij reageren echter ook sterk op ammoniak
(NH3). Ammoniak komt veel vrij in de intensieve veehouderij.
Sinds 1989 worden de effecten van ammoniak op korstmossen door een aantal
provincies onderzocht. In acht provincies hebben tot nu toe karteringen
plaatsgevonden, en in de meeste provincies zijn er ook één of meerdere
herhalingsrondes geweest. Ammoniak heeft twee effecten op de
soortensamenstelling van epifytische korstmossen: het leidt tot het
verdwijnen van een aantal acidofyten (zuurminnaars) en het stimuleert
nitrofyten (stikstofminnaars). Ammoniak is eigenlijk een base; pas als
ammoniak in de bodem terecht komt, wordt het door bacteriën omgezet in
nitraat, waarbij een zuur gevormd wordt. Door het ontzurende effect op
boomschors kan de pH daarvan wel oplopen tot 7 (normaal 4,5 bij eiken).

Kaart met de
ruimtelijke verdeling van ammoniak gemeten met de aanwezigheid van
stikstofminnende korstmossen. De groene en gele gebieden zijn schoon, de
oranje, rode en paarse gebieden vervuild. De witte gebieden zijn niet
onderzocht.
Het provinciale meetnet bestaat uit ongeveer
6000 monsterpunten van 10 bomen, waarbij elke boom individueel wordt
bemonsterd. De hoeveelheden nitrofyten wordt uitgedrukt in de Nitrofiele
Indicatie Waarde (NIW). In deze graadmeter wordt het voorkomen van ongeveer
20 soorten nitrofytische korstmossen bij elkaar opgeteld. Met de NIW is een
gedetailleerde ammoniakbelastingskaart van Nederland gemaakt (zie
afbeelding). De NIW is vooral hoog in Oost-Brabant, de Gelderse Vallei en
delen van Overijssel; laag is de NIW op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en
in Drenthe. Dit komt goed overeen met de patronen die het RIVM berekent op
grond van de dichtheid van de veestapel. Landsdekkende echte metingen van
ammoniak bestaan niet. De meerwaarde van het korstmossenonderzoek zit vooral
in de hoge mate van detaillering, waar het provinciale beleid behoefte aan
heeft, bijvoorbeeld voor regionale ammoniakreductieplannen en veiligstelling
van natuur door ruimtelijke zonatie. Ook worden korstmossen gebruikt als
beleidstoetsend instrument om na te gaan of al beter gaat met de natuur.

Meetpunt met laanbomen (eiken) in het korstmossenmeetnet in Friesland.
Tussen 1994 en 1998 bleek met korstmossen nog geen vermindering van de
ammoniakbelasting vast te stellen. Daarna is er wel een afname van
stikstofminnende soorten gevonden . De afname van deze korstmossen is echter
kleiner dan de corresponderende afname in NH3 die het RIVM heeft
berekend. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat auto's sinds de
introductie van katalysatoren ook ammoniak uitstoten. Voor veel zuurminnende
korstmossen in de ammoniakconcentratie nog steeds veel te hoog; deze
soortgroep gaat nog altijd licht achteruit (Natuurcompendium).
tekst /afbeelding : Kok van Herk (Lichenologisch Onderzoeksbureau
Nederland, Soest)
|